Wanneer de menselijke maat verdwijnt achter bezwaar en beroep

21 mei 2026 · 8 minuten om te lezen

Wanneer de menselijke maat verdwijnt achter bezwaar en beroep

Deel artikel

Een burgemeester is meer dan uitvoerder van regels. Wanneer ondernemers, werknemers en families door beleid in de knel komen, vraagt het ambt om zorgvuldigheid, evenredigheid en de menselijke maat — niet om een standaardverwijzing naar bezwaar en beroep.

Iedere burgemeester legt bij de aanvaarding van het ambt een eed of belofte af. Daarin staat onder meer:

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgemeester naar eer en geweten zal vervullen.

Die woorden zijn niet alleen ceremonieel. Ze raken aan de kern van het ambt. Een burgemeester is niet slechts uitvoerder van regels en bewaker van beleid, maar draagt ook verantwoordelijkheid voor zorgvuldigheid, evenredigheid en de menselijke maat. Zeker wanneer gemeentelijk beleid grote gevolgen heeft voor bestaande ondernemers, werknemers en gezinnen, mag worden verwacht dat een burgemeester niet alleen formeel naar procedures kijkt, maar ook bestuurlijk naar wat redelijk, proportioneel en verantwoord is.

In steeds meer gemeenten ontstaat echter een patroon dat zorgen baart. Wanneer een bestaande coffeeshopondernemer door ziekte, overlijden, bedrijfsopvolging of wijzigend gemeentelijk beleid in de knel komt, volgt niet eerst een open bestuurlijk gesprek over wat mogelijk is. Niet eerst wordt gekeken waar ruimte zit in het beleid, of maatwerk mogelijk is, of de gevolgen nog in verhouding staan tot het doel.

In plaats daarvan volgt vaak dezelfde formele reactie: dien een aanvraag in, wacht het besluit af en maak daarna eventueel bezwaar of beroep.

Precies daar zit het probleem

Vanuit de coffeeshopbranche wordt juist aan de voorkant contact gezocht met gemeenten. Niet om een conflict te organiseren, maar om dat te voorkomen. Er wordt gewezen op mogelijke knelpunten in beleid, op ruimte voor maatwerk, op onbedoelde gevolgen en op situaties waarin een bestaande onderneming jarenlang binnen gemeentelijke kaders heeft gefunctioneerd. Dat zijn geen juridische trucs. Dat zijn signalen die vragen om bestuurlijke aandacht.

Het doel is niet om gemeenten onder druk te zetten. Het doel is om in gesprek te komen over oplossingen voordat posities verharden. Over proportionaliteit. Over overgangsrecht. Over continuïteit. Over voorwaarden waaronder een bestaande situatie verantwoord kan worden voortgezet. Over de vraag of toepassing van beleid in een concreet geval nog redelijk uitpakt.

Wanneer daarop vooral wordt gereageerd met een verwijzing naar bezwaar en beroep, wordt het probleem niet opgelost. Het wordt doorgeschoven.

Een burgemeester wordt niet voor niets in de volksmond een burgervader of burgermoeder genoemd. Die term is geen formele juridische titel, maar hij zegt wel iets over de morele verwachting die bij het ambt hoort. Een burgemeester staat boven partijen, is zichtbaar in de gemeenschap en wordt geacht oog te hebben voor wat besluiten betekenen voor inwoners, ondernemers en families. Niet alleen op papier, maar in de praktijk.

Die rol vraagt meer dan het bewaken van beleidsregels. Zij vraagt ook om nabijheid, luisterbereidheid en bestuurlijke moed. Een burgervader zegt niet te snel: u kunt bezwaar maken. Een burgervader vraagt eerst: wat gebeurt hier eigenlijk, wie worden hierdoor geraakt, en is dit nog redelijk?

Dat betekent niet dat iedere ondernemer automatisch gelijk krijgt. Het betekent ook niet dat beleid zomaar terzijde moet worden geschoven. Maar het betekent wél dat een gemeente serieus hoort te onderzoeken of binnen het bestaande kader ruimte bestaat voor maatwerk, tijdelijke voortzetting, overgangsrecht, aanvullende voorwaarden of een andere oplossing die recht doet aan alle belangen.

Bezwaar en beroep zijn belangrijke rechtsmiddelen. Niemand betwist dat. Maar zij zijn bedoeld als correctie achteraf, niet als vervanging van zorgvuldig bestuur vooraf. Een gemeente hoort vóórdat een ingrijpend besluit wordt genomen te kijken naar de concrete feiten en belangen. Wat betekent beëindiging of verlies van een bestaande exploitatiepositie voor de ondernemer? Voor diens familie? Voor werknemers? Voor klanten? Voor de lokale openbare orde? En is het doel dat de gemeente nastreeft ook op een minder ingrijpende manier te bereiken?

Die vragen horen niet pas op tafel te komen bij de bezwaarschriftencommissie of de rechter. Dan zijn de verhoudingen vaak al verhard, is de onzekerheid opgelopen en is de schade soms al aangericht.

Dat wringt des te meer bij coffeeshops. Coffeeshops opereren in een uitzonderlijk gedoogstelsel dat door de overheid zelf is ingericht. Het zijn geen reguliere ondernemingen, maar ook geen abstracte beleidsobjecten. Het zijn bestaande bedrijven die vaak jarenlang onder gemeentelijk toezicht functioneren. Zij hebben personeel, huurverplichtingen, klanten, lokale bekendheid en een rol in de beheersing van een markt die niet verdwijnt wanneer een coffeeshop sluit, maar zich verplaatst.

Juist daarom is zorgvuldig bestuur hier extra belangrijk. Een persoonsgebonden gedoogstatus, een maximumstelsel of een afstandscriterium kan grote gevolgen hebben. Zulke beleidsinstrumenten mogen niet als automatische eindstreep worden gebruikt zonder zichtbaar te wegen wat toepassing daarvan in een concreet geval betekent. Een beleidsregel is geen excuus om niet meer na te denken. Een maximumstelsel ontslaat een gemeente niet van de plicht om te beoordelen of toepassing in een individuele situatie noodzakelijk, proportioneel en redelijk is.

Toch lijkt in meerdere gemeenten de reflex te zijn om beleid zo strikt mogelijk toe te passen en de gevolgen vervolgens bij de ondernemer neer te leggen. Wie wordt geraakt, kan procederen. Daarmee verandert de menselijke maat in een juridische hindernisbaan.

Dat is bestuurlijk armoedig

Het gaat hier niet om de vraag of iedere bestaande coffeeshop altijd moet kunnen blijven bestaan. Het gaat erom dat een gemeente zichtbaar en serieus moet wegen wat er werkelijk op het spel staat. Als een onderneming jarenlang binnen de gemeentelijke kaders heeft gefunctioneerd, zonder noemenswaardige problemen, dan verdient die situatie meer dan een standaardverwijzing naar beleid en rechtsmiddelen.

Besturen is meer dan regels toepassen. Besturen is ook verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van die regels.

Wie als burgemeester belooft de wetten na te komen en de plichten van het ambt naar eer en geweten te vervullen, belooft daarmee ook iets over de houding waarmee besluiten worden genomen. Niet afstandelijk, niet louter procedureel, maar zorgvuldig en met oog voor de mensen die door beleid worden geraakt.

Een verwijzing naar bezwaar en beroep kan juridisch juist zijn. Maar als die verwijzing de plaats inneemt van een serieus gesprek over maatwerk, proportionaliteit en continuïteit, dan schiet het bestuur tekort.

Het zou niet moeten gaan of gemeenten juridisch gelijk kunnen krijgen. Maar over wat het juiste is.

Het is jammer dat de menselijke maat in dit soort situaties naar de achtergrond lijkt te raken. Juist wanneer ondernemers, werknemers en families tijdig aandacht vragen voor de gevolgen van beleid, zou het gesprek centraal moeten staan. Niet de procedure. Niet de juridische route. Maar de vraag wat in deze concrete situatie zorgvuldig, redelijk en menselijk is. Precies dat zorgende en verbindende mag je verwachten van een burgemeester; van iemand die niet voor niets ook burgervader of burgermoeder wordt genoemd.

— Simone van Breda, 21 mei 2026

Deel artikel

Voorkeursbron

Volg Simone van Breda op Google

Kies Simone van Breda als voorkeursbron en zie mijn nieuws en analyses vaker bij relevante zoekopdrachten.

Volg op Google