
12 augustus 2026 · 8 minuten om te lezen
Wij informeren gemeenten en gemeenteraden over coffeeshopbeleid, maar dezelfde vragen blijven terugkomen
Wij sturen gemeenten en gemeenteraden juridische onderbouwing, rechtspraak en voorbeelden over schaarse vergunningen en vergunningsduur. Toch komen dezelfde vragen maanden later opnieuw terug. Een ontvangstbevestiging is nog geen kennisoverdracht.
Wij sturen gemeenten en gemeenteraden regelmatig informatie over coffeeshopbeleid. Over schaarse vergunningen, vergunningsduur, selectieprocedures en de juridische ruimte die gemeenten hebben. We proberen daarbij niet alleen ons standpunt op papier te zetten, maar voegen juridische onderbouwing, rechtspraak en voorbeelden uit andere gemeenten toe. Van de griffies krijgen we vervolgens meestal keurig bericht dat onze brief is ontvangen.
Maar wat gebeurt er daarna eigenlijk mee?
Die vraag komt steeds vaker bij mij op. Niet omdat ik verwacht dat een gemeente of gemeenteraad het automatisch met ons eens is. Natuurlijk niet. Wij vertegenwoordigen de belangen van coffeeshopondernemers en gemeenten maken hun eigen afwegingen. Maar als dezelfde juridische vragen enkele maanden later opnieuw worden gesteld, terwijl de informatie daarover al is toegestuurd, dan lijkt er ergens iets verloren te gaan tussen het ontvangen van een brief en het daadwerkelijk gebruiken van de inhoud.
Wij schrijven hier al jaren over
In juli 2024 schreven wij samen met acht andere coffeeshoporganisaties aan de VNG over de toepassing van het leerstuk van schaarse vergunningen op coffeeshops. In die brief wezen we onder meer op het verschil tussen een exploitatievergunning en een gedoogverklaring en op de gevolgen die de keuzes van gemeenten in de praktijk kunnen hebben voor bestaande ondernemers.1
In maart 2025 hebben we de VNG opnieuw geschreven. Juist omdat we zagen dat de eerdere informatie kennelijk nog onvoldoende in de gemeentelijke praktijk terechtkwam. We noemden toen concrete voorbeelden uit onder meer Zwijndrecht en Amersfoort en vroegen opnieuw aandacht voor de manier waarop gemeenten met dit onderwerp omgaan.2
Op 8 april 2026 hebben we vervolgens gemeenten en gemeenteraden rechtstreeks geïnformeerd. In die brief hebben we opnieuw uiteengezet welke vragen volgens ons aan een besluit over schaarste en vergunningsduur vooraf zouden moeten gaan. Waarom wordt een maximum gesteld, welk doel dient dat maximum, is het nog actueel onderbouwd en zijn er andere manieren om dezelfde gemeentelijke belangen te beschermen? We stuurden de eerdere correspondentie mee, juist zodat gemeenten en gemeenteraden niet iedere keer opnieuw vanaf nul hoefden te beginnen.3
Dat kost ons tijd, maar dat is niet het probleem. Dit is precies een van de dingen waarvoor een brancheorganisatie er is. Het probleem ontstaat wanneer informatie wél wordt gestuurd en ontvangen, maar later kennelijk niet beschikbaar is wanneer binnen dezelfde gemeente opnieuw over het onderwerp wordt gesproken.
Maashorst maakt zichtbaar waar het wringt
Dat werd voor mij opnieuw concreet door de schriftelijke vragen die de fractie Gewoon VVD Maashorst op 16 juni stelde over een mogelijke tweede coffeeshop. De fractie vraagt onder meer naar de juridische mogelijkheden en beperkingen rond schaarste en gelijke kansen en naar de mogelijkheid om bij een toekomstige selectieprocedure mee te wegen of een ondernemer aantoonbaar zorgvuldig, beheerst en met zo min mogelijk overlast heeft geëxploiteerd.4
Dat zijn goede en relevante vragen. Dit is dus nadrukkelijk geen kritiek op de fractie die ze stelt. Als de informatie niet beschikbaar is of niet op de juiste plek terecht is gekomen, moeten raadsleden die vragen juist stellen.
Maar een deel van het antwoord hadden wij nog geen drie maanden daarvoor al toegestuurd. Ook de VNG-handreiking over schaarse vergunningen behandelt verschillende verdeelmethoden en de mogelijkheid om bij een vergelijkende toets inhoudelijke criteria te hanteren.5 Als die informatie bij de behandeling van het dossier was gebruikt, had het gesprek daardoor al een stap verder kunnen zijn. Dan hoeft de vraag niet alleen meer te zijn óf kwaliteit kan worden meegewogen, maar kan het ook gaan over welke kwaliteitseisen passend, objectief en juridisch houdbaar zijn.
Dat verschil vind ik belangrijk. Niet omdat onze brief het laatste woord zou moeten hebben, maar omdat beschikbare informatie het vertrekpunt van een discussie zou moeten kunnen veranderen. Anders blijven gemeenten, gemeenteraden en politieke fracties dezelfde basisvragen opnieuw uitzoeken.
Hetzelfde zien we bij de vergunningsduur
Bij de vergunningsduur zie ik een vergelijkbaar patroon. Gemeenten redeneren soms vanuit een bestaand maximumaantal coffeeshops direct door naar schaarste en vervolgens naar de conclusie dat vergunningen of gedoogverklaringen tijdelijk moeten worden gemaakt. Wij proberen juist steeds de vraag daarvoor op tafel te leggen. Waarom geldt dat maximum eigenlijk, welk belang wordt ermee beschermd en is voldoende onderzocht of dat belang ook op een andere manier kan worden geborgd?
Ook daarover hebben wij niet één keer iets geschreven en het daarna laten rusten. We hebben het onderwerp herhaaldelijk onder de aandacht gebracht bij de VNG, gemeenten, gemeenteraden en het Rijk. In Sliedrecht heb ik daar eerder uitgebreid over geschreven, omdat daar duidelijk werd wat er kan gebeuren wanneer een juridisch leerstuk bijna als een automatische procedure wordt toegepast op een bestaande coffeeshop.6
Je kunt het met onze juridische analyse eens of oneens zijn. Dat is onderdeel van het debat. Maar wanneer dezelfde principiële vragen in verschillende gemeenten telkens opnieuw opduiken, terwijl de stukken en argumenten al beschikbaar zijn, gaat het voor mij niet meer alleen over de juridische inhoud. Dan gaat het ook over de vraag hoe kennis binnen gemeenten en gemeenteraden wordt ontvangen, bewaard en teruggevonden.
Ontvangen is nog niet hetzelfde als gebruiken
Ik weet niet hoe iedere gemeente intern met onze brieven omgaat. Misschien leest een raadslid de brief wel, maar komt die nooit terecht bij de beleidsmedewerker die maanden later aan hetzelfde dossier werkt. Misschien wordt hij als ingekomen stuk geregistreerd, maar niet gekoppeld aan het coffeeshopdossier. Misschien verandert de personele bezetting en verdwijnt de informatie daarmee uit beeld. En misschien wordt een brief van een brancheorganisatie simpelweg niet interessant genoeg gevonden om echt te lezen.
Dat laatste kan ik mij zelfs voorstellen. Wij zijn een belangenorganisatie en dat staat ook gewoon boven onze brieven. Een gemeente hoeft daarom niet zonder meer aan te nemen dat onze conclusie de juiste is. Maar daarmee verdwijnen de rechtspraak, juridische bronnen, beleidsstukken en voorbeelden uit andere gemeenten die we meesturen natuurlijk niet. Je hoeft onze conclusie niet over te nemen om de informatie wel te beoordelen en te gebruiken.
Daar zit voor mij een belangrijk verschil. Ik verwacht geen instemming omdat een brief van de BCD komt. Ik verwacht ook niet dat een gemeenteraad onze uitleg boven die van de eigen juristen stelt. Wat ik wel logisch zou vinden, is dat de informatie onderdeel wordt van de afweging. Leg onze argumenten naast het eigen juridische advies. Kijk naar de rechtspraak waarnaar we verwijzen. Vraag waarom andere gemeenten andere keuzes maken. En kom daarna tot een eigen conclusie.
Gelukkig zien we ook dat het anders kan
Gelukkig krijgen we ook regelmatig berichten van beleidsmedewerkers en coffeeshopondernemers die onze stukken juist actief gebruiken. Zij laten weten dat de juridische onderbouwing, verwijzingen naar rechtspraak en voorbeelden uit andere gemeenten helpen bij gesprekken over lokaal beleid. Soms wordt onze informatie gebruikt om een voorstel beter te onderbouwen en soms juist om intern kritischer naar een voorgenomen keuze te kijken.
Dat is precies waarvoor wij deze stukken maken. Niet om gemeenten en gemeenteraden te overtuigen dat zij het standpunt van de branche moeten overnemen, maar om kennis te delen en mee te denken over wat juridisch en praktisch wél mogelijk is. Natuurlijk kijken wij daarbij naar het belang van coffeeshopondernemers, maar een oplossing moet ook uitvoerbaar en verdedigbaar zijn voor de gemeente.
Die belangen hoeven niet tegenover elkaar te staan. Openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, leefbaarheid en professioneel ondernemerschap kunnen juist reden zijn om elkaar eerder op te zoeken. Het Nederlandse coffeeshopbeleid functioneert al decennialang door samenwerking tussen ondernemers, burgemeesters, beleidsmedewerkers, politie, preventieorganisaties en andere lokale partners. Die samenwerking is niet iets wat naast het beleid bestaat. Zij is een belangrijk deel van de manier waarop het beleid in de praktijk werkt.
Daarom denken wij ook graag mee wanneer een gemeente, gemeenteraad of politieke fractie met dit soort vragen zit. Niet door een antwoord voor te schrijven, maar door de informatie, rechtspraak en voorbeelden die wij hebben verzameld beschikbaar te stellen. Soms helpt het al om samen te kijken welke mogelijkheden er daadwerkelijk zijn voordat een keuze als onvermijdelijk wordt gepresenteerd.
Een ontvangstbevestiging is nog geen kennisoverdracht
Het punt van dit verhaal is daarom niet dat gemeenten onze brieven beter zouden moeten lezen omdat wij vinden dat we gelijk hebben. Het punt is dat er veel tijd en kennis beschikbaar is, bij gemeenten zelf maar ook daarbuiten, terwijl dezelfde discussies toch steeds opnieuw vanaf het begin lijken te worden gevoerd.
Als wij in april informatie sturen en in juni binnen dezelfde gemeente vragen worden gesteld waarop die informatie al voor een belangrijk deel ingaat, dan gaat er ergens iets verloren. Misschien wordt het niet gelezen. Misschien wordt het niet gedeeld. Misschien wordt het niet gekoppeld aan het dossier. Misschien wordt het op dat moment niet relevant genoeg gevonden. De precieze reden ken ik niet, maar het resultaat is wel zichtbaar. Beschikbare kennis wordt niet benut en dezelfde vragen komen opnieuw op tafel.
Dat vind ik zonde, juist omdat gemeenten en gemeenteraden voor ingewikkelde dossiers al genoeg werk te doen hebben. Het opnieuw uitzoeken van vragen waarop elders al onderzoek, rechtspraak, ervaringen en argumenten beschikbaar zijn, kost opnieuw capaciteit en tijd. Bovendien bestaat het risico dat beleidskeuzes worden gemaakt zonder dat alle relevante informatie in beeld is geweest.
De vraag is voor mij daarom niet of wij nóg meer brieven moeten sturen. Wij zullen gemeenten en gemeenteraden blijven informeren wanneer wij ontwikkelingen zien die voor lokaal coffeeshopbeleid relevant zijn. De interessantere vraag ligt bij de lezer. Wat moet er gebeuren zodat informatie die al beschikbaar is ook terechtkomt bij de mensen die beleid voorbereiden, besluiten nemen en politieke vragen stellen?
Want als we kennis blijven toesturen maar dezelfde vragen blijven terugkomen, moeten we misschien niet alleen kijken naar wat er wordt geschreven. We moeten ook kijken naar wat er na ontvangst mee gebeurt.
Bronnen
- BCD, Schaarse vergunningen en coffeeshops, brief aan de VNG, 19 juli 2024. https://coffeeshopbond.nl/publicaties/schaarse-vergunningen ↑
- BCD, Aanvulling toepassing schaarse vergunningen en coffeeshops, brief aan de VNG, 3 maart 2025. https://coffeeshopbond.nl/publicaties/schaarse-vergunningen ↑
- BCD, Coffeeshopbeleid en schaarse vergunningen, brief aan gemeenten en gemeenteraadsleden, 8 april 2026. https://coffeeshopbond.nl/publicaties/schaarse-vergunningen ↑
- Gewoon VVD Maashorst, Schriftelijke politieke vraag tweede coffeeshop, 16 juni 2026. https://maashorst.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Details/dd182953-ef28-40c4-9fe1-43c89ddb212d ↑
- VNG, Handreiking Schaarse vergunningen, 2024. https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2018/handreiking_schaarse_vergunningen.pdf ↑
- Simone van Breda, Sliedrecht noemt het ‘gelijke kansen’, maar voor de zittende ondernemer is het bedrijfsverlies per loting, 2 mei 2026. https://simonevanbreda.nl/nieuws/sliedrecht-gelijke-kansen-bedrijfsverlies-per-lot ↑
— Simone van Breda, 12 augustus 2026